Links
Contact


Collages



Tekeningen

Schilderijen

Gietverf
 
Boeken
De eenzaamheid van de priemgetallen is het aangrijpende verhaal van een bijzondere vriendschap dat de lezer vanaf de eerste pagina in zijn greep houdt.

De zevenjarige Alice moet van haar vader elke dag tegen haar zin naar skiles.
Op een mistige ochtend zondert zij zich af van haar skiklasje en besluit ze de afdaling alleen te maken, maar ze komt ten val en raakt voor de rest van haar leven verlamd aan een been.
Mattia is de helft van een tweeling. Hij is hyperintelligent, zijn zusje Michela is zwakbegaafd.
Als de tweeling wordt uitgenodigd voor een verjaardagspartijtje schaamt Mattia zich bij voorbaat voor het gedrag van Michela en hij besluit om haar op een bank in het park achter te laten met de opdracht dat ze daar op hem moet wachten. Als hij terugkomt is zijn zusje verdwenen en zij wordt nooit meer gevonden.

Op de middelbare school kruisen de levens van Alice en Mattia elkaar en er ontstaat een merkwaardige vriendschap. Ze voelen zich vanaf de dag van hun ontmoeting verbonden, maar merken al snel hoe moeilijk het is om wezenlijk contact met elkaar te krijgen.





Het relaas van André Bek is bijna een paradox: het is ongelofelijk en het is waar. Ongelofelijk, omdat je dit niet kunt bedenken: als het bedacht was, zou het ongeloofwaardig zijn…

Dansen in het zand is er voor iedereen die een bijzonder verhaal wil lezen.
En dat kan vanuit diverse invalshoeken. Het laat zich lezen als een medisch verhaal, als een aanklacht, als een "thriller", als een lofzang op het leven en de liefde, als een "onverwachte autobiografie": het verhaal van een vechter, een overlever.
André Bek was marinier; lid van een van de militaire elitekorpsen. Synoniem met mannelijkheid, onverzettelijkheid en "onkwetsbaarheid".
Hij heeft vier keer een niertransplantatie ondergaan en tussendoor steeds vele maanden als een wandelend of liggend wrak moeten leven.

Bek zou in wellicht alle recht hebben hiervan een melodrama te maken, vol zwaar maar louterend lijden, maar zo'n boek is dit niet…




Een paar jaar geleden publiceerde cardioloog Pim van Lommel een artikel in het gerenommeerde medische tijdschrift 'The Lancet' over zijn onderzoek naar bijna-doodervaringen (BDE) bij 344 Nederlandse patiënten. Zij hadden een hartstilstand in het ziekenhuis gehad.
Van hen bleken er 62 een BDE te hebben meegemaakt.
Sindsdien kunnen we niet meer om het verschijnsel 'bijna-doodervaring' heen. Het is een authentieke ervaring die niet te herleiden is tot fantasie, psychose of zuurstoftekort; een BDE verandert en mensen blijvend.
Van Lommel geeft in dit boek een wetenschappelijk verantwoorde uitleg van de BDE. Dat doet hij niet voor zijn vakbroeders, maar voor een lekenpubliek.
Hij doorspekt zijn betoog met verhalen van mensen die een BDE hebben meegemaakt. Met de meesten van hen heeft Van Lommel persoonlijk contact gehad.

Kern van Van Lommels betoog is dat de heersende, materialistische visie van artsen, filosofen en psychologen op de relatie tussen hersenen en bewustzijn te beperkt is om het verschijnsel te kunnen duiden. Volgens Van Lommel zijn er goede redenen om aan te nemen dat ons bewustzijn niet altijd samenvalt met het functioneren van onze hersenen. Het bewustzijn kan ook los van ons lichaam functioneren. Pim van Lommel (1943) was van 1977 tot 2003 als cardioloog verbonden aan het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem. Sindsdien houdt hij over de hele wereld lezingen over BDE, en de relatie tussen bewustzijn en hersenfunctie.